in- en/of uitburgeren

wpid-2012-03-03-16-44-35-e1330972327982

in- en/of uitburgeren

Nederland hééft het, maar wel steeds minder…

Tenminste, als je het aan mijn kinderen vraagt. Geboren in Maastricht en getogen in de Voerstreek, een idyllisch Vlaams eiland in Wallonië grenzend aan Zuid-Limburg en sedert hun geboorte ‘in het bezit’ van twee nationaliteiten. Dat komt er van als een Nederlandse vrouw en een Duitse man samen kinderen krijgen. Dat levert wat extra administratieve handelingen op (ambassade hier, ambassade daar) maar dan heb je ook wat: twee nationaliteiten, lees: twee paspoorten per kind. In dit stadium van hun leven is dat vooral belangrijk voor ons, hun ouders, die ieder hun eigen nationaliteit en alles wat daarbij hoort (taal, geschiedenis, cultuur en nog veel meer) willen overdragen aan hun kinderen.

Onlangs vroeg ik hen of ze de Belgische nationaliteit zouden wensen. Blikken vol onbegrip waren het resultaat: ‘waarom zou je dát nu willen?’. Blijkbaar is er met hun inburgering in België iets misgelopen. Dat is niet geheel onbegrijpelijk als je het mij vraagt. Waarom zou je je immers  actief willen bekeren tot een club die niet langer hardop in zichzelf geloofd? Hun klasgenootjes bevestigden dit beeld al geruime tijd geleden – lang voordat de Brusselse formatiekampioenen eind 2011 voor witte rook zorgden. Als hun juf aan de klas vroeg welke nationaliteit de kinderen hadden, werd er tot hun verbazing ook ‘ik ben Vlaming’ geantwoord. Moesten wij ’s avonds weer uitleggen hoe dat nou toch zat met België…

Wordt er een nieuwe generatie Europeanen zichtbaar? Doet het hebben van ‘een nationaliteit’ er nog toe voor mijn kinderen, overheerst bij hen het regionale/provinciale denken van hun (voormalige) klasgenoten of zijn het echte Europeanen in wording? De tijd zal het leren. Door hun tweetalige opvoeding, familiebezoeken en meer voelen ze zich in ieder geval verbonden aan Nederland én aan Duitsland. En ook al vinden ze het momenteel blijkbaar niet cool, hun verbondenheid met België laat zich ook niet ontkennen. Dit alles wordt bevestigd door de dagelijkse actieradius van ons gezin: Voeren – Maastricht – Aken.Verder zal met het EK-voetbal op komst ongetwijfeld bij de één ‘het Oranjegevoel’ (tijdelijk) weer overheersen, terwijl de ander zich hardop (herhaaldelijk, evenals zijn vader) zal afvragen hoe vaak Nederland ook al weer met de beker naar huis is gegaan…

Zijn mijn kinderen exemplarisch voor hun leeftijdgenoten? Ik kan er alleen maar naar gissen. Wat ik wél weet is dat ze loyaal zijn aan de  nationaliteit(-en) die ze van hun ouders hebben meegekregen. Ik ga er gemakshalve van uit dat ze daarin erg veel lijken op hun leeftijdgenoten. Als dat de norm blijkt voor àlle ‘Nederlandse’ kinderen in Nederland, zou dat betekenen dat niet alleen de kinderen van alle Henks en Ingrids, maar ook die van alle Eduards en Antoinettes hun loyaliteit betuigen aan Nederland en misschien wel gedachteloos voorbij gaan aan de consequenties van het kabinetsvoorstel dat blijkbaar actieve uitburgering* wil bevorderen. Als dat het geval is, trek ik mijn conclusies. Dan ben ik, ondanks alle loyaliteit voor Nederland die me door geboorte is meegegeven, blij dat ik kan zeggen dat ik niets te maken heb met een land dat historisch gezien en vanuit Europees perspectief achteruitboert omdat een geblondeerde politicus de regeringspartijen in de houdgreep houdt. Dat ik een Europeaan ben en op zoek ben naar Europese ervaringen en idealen die ik mijn kinderen kan meegeven in de hoop dat zij hún loyaliteit zullen richten op Europa en op hun Europese medeburgers. Misschien moeten we dan toch maar verhuizen, ik ga morgen direct op zoek naar ‘Bestemming Europa’!

*PS: er is nog hoop: de spellingcontrole herkent het woord uitburgering nog niet; dat is blijkbaar nog niet ingeburgerd!

Tags: